Praktische maatregelen om schade aan flora en fauna te voorkomen

Gevallen verkleurde herfstbladeren die liggen in de sloot

Leestijd: 6 minuten
Publicatiedatum: 11 December 2025

Auteur: Sander Hartog

Wie in Nederland bouwt, renoveert, onderhoud pleegt of zelfs maar een struik snoeit, kan al snel invloed uitoefenen op planten of dieren. Onze leefomgeving is namelijk ook hun leefomgeving. In heggen nestelen zangvogels, in oude schuren overwinteren vleermuizen en onder elke stoeptegel lijkt een spin of kever een imperium te runnen. De Nederlandse Omgevingswet maakt één ding glashelder: iedereen heeft een zorgplicht. Maar hoe voorkom je schade in de praktijk?

De basis: Wat is de zorgplicht en waarom is het belangrijk?

Laten we teruggaan naar de basis, want voordat we de praktische maatregelen op een rij zetten is het belangrijk om eerst de basis te kennen. Veelal ontstaat schade aan planten en dieren niet uit onwil, maar uit onwetendheid. Een schutting die precies tijdens het broedseizoen wordt vervangen, een spouwmuur die wordt geïsoleerd terwijl er vleermuizen aanwezig zijn, of een verwaarloosde groenstrook waar net die ene zeldzame orchidee bloeit.

Veel soorten hebben hun leefgebied noodgedwongen verplaatst naar de bebouwde omgeving. Dat maakt onze steden, dorpen en bedrijventerreinen tot belangrijke natuurplekken. Zelfs kleine aanpassingen kunnen voor flora en fauna een enorm verschil maken, zowel positief als negatief. Van daaruit ontstaat de kernvraag, hoe zorg je dat jouw werkzaamheden geen blijvende schade aanrichten?

Onder de Omgevingswet geldt voor iedereen de verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te gaan met onze leefomgeving. De natuur, inclusief de planten en de dieren, hoort daar natuurlijk bij. Voor situaties waarin beschermde soorten aanwezig zijn geldt een specifieke zorgplicht. Deze specifieke plicht is vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dit verplicht ons tot zorgvuldige omgang met de natuur, ook wanneer er geen omgevingsvergunning nodig is.

De zorgplicht is dus een wettelijke verplichting om de natuur – van vogels, planten tot leefgebieden – te beschermen, om zo de biodiversiteit en duurzaamheid te kunnen waarborgen. Dus hoe zorg je er voor dat je schade voorkomt?

Eerste maatregel: Omgaan met vogels en hun broedplaatsen

De grootste bron van schade bij werkzaamheden is verstoring van nesten. Het broedseizoen (ongeveer van maart tot en met juli) is een gevoelige periode. Maar ook buiten dat seizoen zijn sommige nesten beschermd, zoals die van gierzwaluwen en huismussen.

Wat kun je doen om schade aan vogels en nesten te voorkomen?

  1. Inspecteer de omgeving vóór de start van werkzaamheden
    Voer altijd een korte visuele controle uit, vliegen er vogels in en uit spleten? Zie je nestmateriaal? Hoor je geroep rond dakranden? Een korte controle kan al het verschil maken.
  2. Pas je planning aan op het broedseizoen
    Kun je werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren, dan voorkom je vaak al veel verstoringen.
  3. Creëer compensatie
    Moeten er nestplaatsen verdwijnen, denk dan aan nestkasten of inbouwstenen als compensatie. Voor diverse soorten zoals gierzwaluwen of mussen werkt dit alleen als je ze op de juiste hoogte en plek plaatst.
  4. Bescherm groen waar vogels in broeden
    Coniferen, de laurierkers en klimop zijn populaire broedplekken. Snoei deze alleen buiten het broedseizoen en doe vooraf een snelle controle op mogelijke broedplekken.
Een strakke haag coniferen in een woonwijk in Nederland
Vele vogels zoals een merel broedt graag in dichte struiken zoals coniferen.

Tweede maatregel: Wees een vriend voor vleermuizen

Vleermuizen zijn beschermde soorten en gebruiken gebouwen als zomerverblijf, kraamkolonie en winterrustplaats. Omdat ze vaak in spouwmuren, onder dakpannen en achter betimmering zitten, worden ze snel over het hoofd gezien. Geregeld is een vleermuisonderzoek verplicht, lees hier wanneer dat het geval is.

Wat kun je doen om schade aan vleermuizen te voorkomen?

  1. Laat een quickscan uitvoeren bij isolatie- of renovatieplannen
    Gevelisolatie, dakrenovatie en spouwmuurvulling zijn ingrepen met hoog risico op ernstige schade. Een ecologisch onderzoek voorkomt dat vleermuizen worden opgesloten of verstoord.
  2. Maak alternatieve verblijfplaatsen
    
Is compensatie nodig, dan zijn vleermuiskasten of vleermuisstenen vaak een goede oplossing. Let hierbij op dat niet elke kast geschikt is, de plek, oriëntatie en temperatuur spelen namelijk een grote rol.
  3. Beperk verlichting
    Kunstlicht verstoort zogenoemd ‘foerageergedrag’. Kies voor warmere lichtkleuren en automatische schakelaars om lichtvervuiling te beperken.

Derde maatregel: Bescherm planten en bodemleven

Niet alleen dieren, maar ook planten en bodemleven kunnen schade oplopen bij grondwerk of maaibeheer. Denk aan planten als orchideeën, beschermde varens, bijzondere mossen of zeldzame oevervegetaties.

Wat kun je doen om schade aan planten en bodemleven te voorkomen?

  1. Wees terughoudend met grondverzet
    
Graaf alleen waar het echt nodig is. Bescherm kwetsbare zones tijdelijk met rijplaten of afzettingen.
  2. Breng kwetsbare planten in kaart
    
Voor sommige gebieden is een inventarisatie voldoende om verrassingen te voorkomen. Een ecologische quickscan kan al een goede eerste stap zijn.
  3. Stem maaibeheer af op het seizoen
    
Maaien kan aangepast worden zodat insecten, amfibieën en planten hun cyclus kunnen voltooien. Gefaseerd maaien is vaak een ideale oplossing.
Een boer die gefaseerd het gras in de slootkant maait
Door gefaseerd te maaien worden leefgebieden, voedselbronnen en schuilplaatsen in stand gehouden.

Vierde maatregel: Heb speciale aandacht voor insecten

Insecten zijn essentieel voor bestuiving, afbraak van organisch materiaal en als voedselbron voor vogels en vleermuizen. Toch worden hun leefgebieden snel verstoord, met grote gevolgen van dien. Lees hier waarom insecten onmisbaar zijn voor onze natuur.

Wat kun je doen om schade aan insecten te voorkomen?

  1. Creëer voedselrijke plekken
    
Kies bloeiende bomen en planten die van vroeg voorjaar tot laat in het najaar nectar en pollen bieden. Zo hebben insecten altijd plekken om te smullen.
  2. Laat rommelhoekjes bestaan
    Stukjes dode takken, oude bladeren en zandige open plekken zijn onmisbaar voor nestelende en overwinterende insecten.
  3. Controleer voordat je snoeit of verplaatst
    Veel insecten overwinteren in holle stengels of cocons, snoei daarom terughoudend en gefaseerd.

Bonus: Kleine ingrepen met grote impact

Nog wat bonus maatregelen die door iedereen genomen kunnen worden. Sommige maatregelen kosten slechts weinig tijd of geld, maar maken een wereld van verschil.

Een aantal kleine ingrepen die iedereen kan toepassen:

  1. Breng meer water aan
    Plaats een ondiepe waterschaal of kleine poel in je tuin, woning of dakterras. Amfibieën, vogels en insecten profiteren hier enorm van.
  2. Kies voor inheemse beplanting
    
Deze planten bieden het beste voedsel voor wilde bijen en vlinders. Bovendien zijn ze beter bestand tegen lokale omstandigheden dan exoten.
  3. Laat takken en stenen vooral liggen
    Dit is perfect voor kleine zoogdieren, insecten en schuilplekken voor amfibieën. Restmateriaal krijgt een tweede leven in de lokale biodiversiteit, niet te veel opruimen dus.
  4. Beperk gebruik van bestrijdingsmiddelen
    
Misschien een open deur, maar oh zo belangrijk! Zelfs middelen die ‘natuurlijk’ lijken, hebben vaak impact op nuttige insecten, gebruik daarom het liefst zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen.

Conclusie: Natuurvriendelijk werken hoeft niet ingewikkeld te zijn

Hopelijk kun je met deze maatregelen uit de voeten. In de kern draait het voorkomen van schade aan flora en fauna niet om strenge regels of dikke rapporten, maar om aandacht. Een snelle inspectie, een kleine aanpassing in planning of een set nestkasten op de juiste plek kan al het verschil maken tussen het verlies en het behoud van soorten.

Wie met oog voor natuur werkt, merkt bovendien dat een project vaak soepeler verloopt. Geen stilleggingen, geen juridische spanningen en een leefomgeving die gezonder wordt voor mens én dier. Met gerichte maatregelen, goed ecologisch advies en een beetje vooruitdenken bouw je niet alleen aan een tof project, maar ook aan biodiversiteit.

Wil je weten hoe wij mee kunnen denken met je project of ben je op zoek naar een langdurige samenwerkingspartner? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend advies, we denken graag met je mee.