Gierzwaluwonderzoek: wanneer laat je het uitvoeren en is het verplicht?
Leestijd: 7 minuten
Publicatiedatum: 2 juli 2026
Auteur: Sander Hartog
Een aantal weken per jaar vullen ze de zomeravondlucht met hun karakteristieke roep. De gierzwaluw is een vogel die het grootste deel van zijn leven in de lucht doorbrengt. Alleen om te broeden landt hij en dat doet hij het liefst op precies dezelfde plek als vorig jaar. Die extreme plaatstrouw maakt de gierzwaluw bijzonder, maar ook kwetsbaar bij renovatie en sloop. In deze blog leggen we uit wie de gierzwaluw is, wanneer onderzoek verplicht is en hoe dat in de praktijk verloopt.
Wie is de gierzwaluw?
De gierzwaluw is met zijn 17 centimeter een kleine tot middelgrote vogel, donkerbruin van kleur met een lichte keelvlek, lange sikkelvormige vleugels en een korte gevorkte staart. Tegen een lichte lucht lijkt hij bijna zwart. Zijn poten zijn klein maar krachtig, met vier naar voren gerichte tenen waarmee hij zich aan een verticale, ruwe wand kan vasthaken. Dit is onmisbaar, want gierzwaluwen kunnen nauwelijks vanaf vlakke grond of horizontale oppervlakken opvliegen zoals andere vogels.
Wat de gierzwaluw werkelijk uitzonderlijk maakt, is zijn levensstijl in de lucht. Hij eet, slaapt en paart vliegend, en landt in zijn hele leven eigenlijk alleen om te broeden. Jonge, nog niet broedende vogels kunnen zelfs ‘s nachts hoog in de lucht (tot enkele kilometers hoogte) slapend rondzweven. Een gierzwaluw die eenmaal is uitgevlogen, blijft in principe in de lucht tot hij weer een nestplaats heeft gevonden.
De gierzwaluw is een echte zomergast. Van eind april tot augustus is hij in Nederland, de rest van het jaar overwintert hij in Afrika. De vogel kan tot veertien jaar oud worden, met een gemiddelde levensverwachting van zes jaar.
Een nest voor het leven
Waar de huismus dicht bij huis blijft, gaat de gierzwaluw een stap verder, hij is namelijk extreem plaatstrouw aan zijn specifieke nestopening. Eenmaal een nestplaats gevonden, gebruikt een paar deze jaar na jaar achter elkaar. Vindt een vogel zijn vertrouwde nestopening bij terugkomst uit Afrika dicht of onbereikbaar, dan blijft hij er vaak hardnekkig naar terugkeren, in een poging er toch weer in te komen.
Gierzwaluwen broeden meestal in kleine tot middelgrote kolonies, vaak zijn er meerdere paren in eenzelfde gebouw. Elk paartje gebruikt daarbij zijn eigen vaste ingang. Op zomeravonden, vooral vanaf half juli, zijn de bekende ‘giervluchten’ te zien, groepen vogels die luid roepend en in hoog tempo tussen de gebouwen door scheren. Een sociaal fenomeen waarbij jonge, nog niet broedende vogels de locatie van bestaande nesten waarschijnlijk proberen te onthouden voor later gebruik.
Een legsel bestaat uit 2 tot 4 witte eieren, die na ongeveer 21 dagen uitkomen. De jongen vliegen na zo’n 40 dagen uit, doorgaans eind juli, al kan dit bij koud of nat weer aanzienlijk later zijn. Gierzwaluwen krijgen doorgaans maar één legsel per jaar.
Waarom de gierzwaluw wettelijk beschermd is
De gierzwaluw is als inheemse vogelsoort beschermd onder de Omgevingswet, op basis van de Europese Vogelrichtlijn. De nesten van de gierzwaluw staan bovendien op de lijst van jaarrond beschermde vogelnesten. Dit omdat het een soort is die elk broedseizoen op dezelfde plek broedt en daarbij sterk afhankelijk is van bebouwing. Dat betekent dat een nestplaats het hele jaar door beschermd is, ook buiten het broedseizoen.
Er gelden de volgende verboden rondom de gierzwaluw:
- Het is verboden om gierzwaluwen opzettelijk te doden of te vangen.
- Er geldt een verbod op het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van (functionele) nestlocaties en eieren.
- Het is verboden om gierzwaluwen opzettelijk te verstoren.
De gierzwaluw staat niet op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels, toch is het belangrijk om voorzichtig te zijn. Sinds 2007 wordt de gierzwaluw landelijk gemonitord middels het landelijke monitoringsprogramma. De stand van de vogels fluctueert, maar is redelijk stabiel. Door renovatie, isolatie en nieuwbouw verdwijnen er echter telkens meer geschikte nestopeningen, mitigerende maatregelen zoals het gebruik van neststenen moeten verloren nestlocaties compenseren. Op deze manier kunnen terugkerende gierzwaluwen alsnog gebruik maken van een vervangende nestplaats op of nabij de oorspronkelijke locatie.
> Lees meer over gierzwaluwen en de Omgevingswet: dit moet je weten voor je gaat verbouwen
Heb je een vervolgonderzoek naar gierzwaluwen nodig?
Als ecologisch adviesbureau begeleiden we initiatiefnemers met een soortspecifiek onderzoek naar gierzwaluwen. Zo brengen we in kaart of ze aanwezig zijn en wat dit betekent voor jouw projectplannen.
Nestplekken van de gierzwaluw: waar broedt hij?
De gierzwaluw is een holenbroeder en nestelt in Nederland bijna uitsluitend in gebouwen met geschikte kieren en openingen. Dit zijn vaak oudere panden, waar nog ruimtes aanwezig zijn onder bijvoorbeeld de dakpannen of achter gevels. De soort is sterk afhankelijk van zulke bestaande openingen, omdat hij zelf geen holte kan maken. Daardoor is de aanwezigheid van geschikte gebouwen een bepalende factor voor waar gierzwaluwen kunnen broeden.
Typische nestplekken zijn:
- Onder dakpannen, met name bij de open ruimte tussen een pan en het dakbeschot.
- In spleten, veelal van muren en spouwmuren.
- Achter dakgoten, in dakgootbekisting of bij spleten rondom regenpijpen.
- Achter loodslabben, bij schoorstenen die opkrullen of waar kieren zijn.
- In oude ventilatieopeningen, dit is veelal aan de onderzijde van dakgoten waar het gaas niet (meer) is.
Het nestje zelf is eenvoudig, niet meer dan een paar centimeter hoog, gemaakt van speeksel en in de vlucht gevangen materiaal als hooi, veertjes en haren. Net zo belangrijk als de nestopening zelf is de directe omgeving daarvan. Omdat een gierzwaluw zich vanaf het nest laat vallen om op snelheid te komen, is minimaal 2 tot 3 meter vrije ruimte onder de opening nodig, met een vrije aan- en uitvliegbreedte van minstens een meter.
Wanneer is gierzwaluwonderzoek verplicht?
Gierzwaluwonderzoek is een vervolgstap op de ecologische quickscan. Kan de quickscan de aanwezigheid van gierzwaluwen niet uitsluiten, dan is verdiepend onderzoek veelal nodig.
In de praktijk speelt gierzwaluwonderzoek met name bij:
- Dakrenovatie of vervanging van dakbeschot, waarbij bestaande invliegopeningen verdwijnen.
- Sloop van oudere bebouwing, zeker in wijken met oudere gebouwen.
- Gevelisolatie, waarbij open stootvoegen of kieren worden gedicht.
- Vervanging van dakgoten of regenpijpen, waar nestopeningen vaak verscholen zitten.
- Grootschalige wijkrenovaties, waarbij meerdere gebouwen van een kolonie tegelijk worden aangepakt.
Bij voorkeur worden werkzaamheden altijd buiten het broedseizoen van gierzwaluwen uitgevoerd, zodat de verstoring van de vogels minimaal blijft. Moeten werkzaamheden toch plaatsvinden in een periode waarin gierzwaluwen aanwezig zijn, dan is vooraf ecologisch onderzoek nodig om vast te stellen of nestlocaties in gebruik zijn en welke maatregelen noodzakelijk zijn.
Hoe verloopt gierzwaluwonderzoek in de praktijk?
Het onderzoek wordt uitgevoerd conform het BIJ12 Kennisdocument Gierzwaluw. Zijn er mogelijk gierzwaluwen aanwezig op de locatie, dan wordt begonnen met een quickscan. Dit combineert bureauonderzoek met een veldbezoek waarbij de geschiktheid van het gebouw wordt beoordeeld. Dit onderdeel kan het hele jaar door worden uitgevoerd. Kunnen gierzwaluwen niet worden uitgesloten? Dan volgt verdiepend onderzoek, hierbij wordt gelet op nestindicerend gedrag.
> Bekijk onze dienst: Ecologische quickscan
Er zijn verschillende Inventarisatiemethoden bij gierzwaluwonderzoek, namelijk:
- Tellen van nestenindicaties, de beste momenten zijn van ongeveer anderhalf uur vóór tot een half uur na zonsondergang, wanneer de activiteit rond de nestopeningen het hoogst is.
- Tellen van laagvliegende vogels, als alternatief wanneer nestentelling door de locatie lastig is.
- Afspelen van lokgeluid, om een reactie van een broedvogel op het nest uit te lokken. Dit wordt met mate ingezet, omdat het onrust kan veroorzaken.
- Cameraonderzoek, dit onderzoek vind plaats in de periode van 15 mei tot 15 juli. Hierbij moet een camera al vóór de aankomst van de vogels (dus voor 15 april) worden geplaatst om het gebruik van een nestopening vast te leggen.
Gierzwaluwonderzoek wordt uitgevoerd tussen 1 juni en 15 juli, waarvan ten minste één bezoek voor 1 juli en ten minste één bezoek na 1 juli plaatsvindt. Elke inventarisatie heeft een onderzoeksinspanning van ongeveer 2 uur rond zonsondergang en bij gunstig weer (droog met weinig wind).
Wat als je geen onderzoek naar gierzwaluwen uitvoert?
Werkzaamheden uitvoeren zonder onderzoek of vergunning is sterk af te raden. Wordt een bezet nest beschadigd of vernield, dan riskeer je stillegging van het project, een last onder dwangsom en in het ernstigste geval strafrechtelijke vervolging. Laat daarom vroegtijdig een gierzwaluwonderzoek uitvoeren om risico’s te voorkomen.
Wat als de aanwezigheid van gierzwaluwen wordt vastgesteld?
Na het onderzoek naar gierzwaluwen zijn er over het algemeen twee mogelijke uitkomsten.
Geen nestplaatsen aangetroffen.
De werkzaamheden kunnen doorgang vinden, zolang er rekening wordt gehouden met de algemene zorgplicht.
Nestlocaties aangetroffen.
Zijn er nestlocaties bevestigd, dan is meestal een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Er zijn dan ook één of meerdere bijhorende mitigerende maatregelen die getroffen moeten worden, namelijk:
- Werkzaamheden die het nest beïnvloeden moeten in principe plaatsvinden tussen 1 september en 15 april, wanneer de gierzwaluw niet in Nederland is. De kwetsbare periode loopt namelijk van 15 april tot 1 september.
- Gaat een nestplaats verloren, dan moeten er minimaal drie alternatieve nestplaatsen worden aangeboden voor elke nestplaats die verdwijnt.
- De vervangende nestgelegenheid moet er al staan bij de start van het broedseizoen, het liefst binnen het plangebied zelf. Is dat niet mogelijk, dan moet de alternatieve nestplek elders, buiten de invloed van de werkzaamheden, beschikbaar zijn.
- Omdat tijdelijke maatregelen bij gierzwaluwen weinig zin hebben, gaat het bij compensatie altijd om permanente voorzieningen. Denk aan ingemetselde neststenen of speciale nestkasten, geplaatst op minstens 3 meter hoogte met voldoende vrije aan- en uitvliegruimte.
- Een ecoloog stelt een ecologisch werkprotocol op, dat onder andere beschrijft welke maatregelen worden genomen en hoe de effectiviteit wordt gemonitord.
> Lees meer over een ecologisch werkprotocol (EWP)
Conclusie: Vroegtijdig gierzwaluwonderzoek voorkomt gedoe achteraf
Gierzwaluwonderzoek kent een smaller onderzoeksvenster dan bij veel andere soorten. Het belangrijkste veldwerk moet plaatsvinden tussen 1 juni en 15 juli, verdeeld over meerdere bezoeken. Mis je dat venster, dan is wachten tot het volgende broedseizoen vaak de enige optie, met alle vertraging die daarbij hoort.
Daarom is het verstandig om een ecologische quickscan ruim vóór de geplande start van renovatie- of sloopwerkzaamheden te laten uitvoeren. Worden nestplaatsen aangetroffen, dan zijn permanente maatregelen vaak nodig die ruim op tijd gereed moeten zijn.
Twijfel je of jouw project gierzwaluwonderzoek nodig heeft, of wil je weten welke maatregelen in jouw situatie passend zijn? Neem gerust contact met ons op voor vrijblijvend advies.


