Soortenbescherming onder de Omgevingswet uitgelegd
Publicatiedatum: 19 november 2025
Bijgewerkt op: 26 februari 2026
Auteur: Sander Hartog
De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 de centrale wet voor onze leefomgeving, ook de soortenbescherming valt hier nu onder. Hoewel de ‘juridische structuur’ is veranderd, zijn de inhoudelijke doelen en verboden grotendeels hetzelfde gebleven. De bescherming van dieren, planten en hun leefgebieden blijft altijd het uitgangspunt bij (ver)bouw-gerelateerde activiteiten.
Wat valt onder soortenbescherming in de Omgevingswet?
De Omgevingswet beschermt drie hoofdgroepen soorten:
- Inheemse vogels, dit zijn alle in het wild levende vogelsoorten die in Nederland voorkomen. Deze vallen onder de Europese Vogelrichtlijn.
- Soorten van de Habitatrichtlijn en internationale verdragen, dit zijn zoogdieren zoals vleermuizen, amfibieën zoals de boomkikker, reptielen zoals de zandhagedis, vissen zoals de beekprik en insecten zoals het pimpernelblauwtje. Ook soorten die beschermd zijn via internationale verdragen (zoals het Bern of Bonn verdrag) vallen hieronder.
- Nationaal beschermde soorten (‘andere soorten’), dit zijn soorten die niet onder de Europese Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn vallen, maar die Nederland nationaal heeft aangewezen als ‘beschermingswaardig’. Voorbeelden zijn soorten die op de Rode Lijst staan of kwetsbaar zijn, zoals de das, de egel en bepaalde plantensoorten.
Voor alle beschermde soorten gelden verbodsbepalingen die onder meer het verstoren, doden, of vernielen van verblijfplaatsen verbieden. Bij activiteiten zoals sloop, renovatie, isolatie, grondwerk of gebiedsontwikkeling is het daarom noodzakelijk om vooraf te beoordelen of deze beschermde soorten aanwezig kunnen zijn.
De zorgplicht is altijd van kracht
De Omgevingswet legt een zorgplicht op die altijd geldt. Dit betekent dat iedereen die activiteiten uitvoert waarbij soorten of leefgebieden kunnen worden aangetast, verplicht is om rekening te houden met deze aanwezige soorten/gebieden, en om schade actief helpt te voorkomen of te beperken.
De zorgplicht gaat verder dan slechts voorzichtig werkzaamheden uitvoeren, het vereist namelijk onderzoek en passende maatregelen. Zo moet bijvoorbeeld bekeken worden of er broedende vogels aanwezig zijn, of vleermuizen in een gebouw verblijven, of dat er beschermde planten op een bouwlocatie groeien. Waar nodig worden maatregelen genomen om verstoring of verlies van verblijfplaatsen te voorkomen.
Een praktische manier om aan deze zorgplicht te voldoen, is door ecologisch begeleiding en/of een plan waarin wordt vastgelegd hoe werkzaamheden veilig kunnen plaatsvinden zonder de soorten tot last te zijn. Zo blijft de zorgplicht ook tijdens de uitvoering van projecten gewaarborgd.
> Bekijk onze dienst: Ecologische begeleiding
Soortenbescherming in het bredere vergunningenkader
Soortenbescherming staat niet op zichzelf binnen de Omgevingswet. Het hangt nauw samen met andere regels voor bouwen, milieu en leefomgeving. Bijvoorbeeld als je een omgevingsvergunning aanvraagt voor een bouwproject, kijkt de gemeente niet alleen naar de beschermde dieren en planten, maar bijvoorbeeld ook naar bodem, water en stikstof uitstoot. Zo wordt alles in één keer meegenomen en ontstaat een compleet beeld van de effecten en risico’s van een project.
Daarnaast kunnen gemeenten en provincies in hun omgevingsplan extra regels opstellen over natuur en beschermde soorten. In een gebied met veel natuurwaarde kunnen strengere eisen gelden, zoals het aanpassen van werktijden, het afbakenen van kwetsbare gebieden of extra monitoring van dieren en planten. Ook kan een project alleen doorgaan als er voldoende maatregelen zijn genomen om schade aan de natuur te voorkomen.
Kortom, soortenbescherming is verweven met andere vergunningseisen en beleidsregels. Dit helpt om natuur mee te nemen in ruimtelijke plannen en geeft initiatiefnemers en toezichthouders duidelijkheid over wat nodig is.
> Lees meer over wanneer je een omgevingsvergunning Flora- en Fauna-activiteiten nodig hebt
Praktische voorbeelden van maatregelen bij soortenbescherming
Soortenbescherming onder de Omgevingswet betekent dus concreet dat er bij iedere ruimtelijke ingreep rekening moet worden gehouden met flora en fauna. Dit kan bijvoorbeeld zijn:
- Uitvoeren van een vooronderzoek om vast te stellen welke beschermde soorten aanwezig zijn.
- Plannen van werkzaamheden buiten kwetsbare perioden, zoals het broedseizoen.
- Het nemen van zogenoemde mitigerende maatregelen, zoals het beschermen van verblijfplaatsen of compensatie.
- Volgen van een vastgelegd werkprotocol (in samenwerking met een ecoloog) tijdens de uitvoering van werkzaamheden.
🚀 Het doel van deze maatregelen is altijd hetzelfde: het behoud van soorten en hun leefomgeving, zodat de natuur in Nederland beschermd blijft, ook bij menselijke activiteiten en veranderingen in het landschap.
Ecologische stappen binnen projecten, van quickscan tot maatregelen
Als een project mogelijk gevolgen heeft voor beschermde soorten, begint het vaak met een quickscan. Het is een snelle eerste inventarisatie om te kijken of er risico’s zijn voor planten of dieren. Dit is middels een bureauonderzoek en veldbezoek.
Als er kans is op negatieve effecten, volgt een uitgebreider ecologisch onderzoek. Een ecoloog onderzoekt dan welke soorten aanwezig zijn, in welke aantallen en in welke perioden bijvoorbeeld het broedseizoen. Op basis daarvan kunnen maatregelen worden voorgesteld, zoals werkzaamheden buiten kwetsbare perioden plannen of het treffen van andere speciale maatregelen.
Veelal wordt alles vastgelegd in een document of wordt er een ecologisch protocol opgesteld. Dit plan geeft duidelijk aan welke maatregelen worden genomen, wie verantwoordelijk is en hoe effecten worden gecontroleerd. Op deze manier zorgt het proces ervoor dat beschermde soorten beter worden beschermd, terwijl projecten op een praktische manier kunnen doorgaan.
> Lees meer over welke ecologische dienst je wanneer nodig hebt of bekijk onze diensten
Samenvatting: Soortenbescherming en Omgevinsgwet
De soortenbescherming onder de Omgevingswet bouwt voort op de voorgaande Wet natuurbescherming, maar is vooral breder. Drie hoofdgroepen soorten vallen onder de bescherming: inheemse vogels, soorten van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten.
De zorgplicht is altijd van kracht en verplicht tot onderzoek en preventieve maatregelen. Door hier rekening mee te houden, kunnen werkzaamheden plaatsvinden zonder schade aan beschermde soorten en hun verblijfplaatsen, waardoor biodiversiteit behouden blijft in een veranderende leefomgeving.
Zoek je ecologische specialisten om te voldoen aan de zorgplicht? Of een langdurige samenwerkingspartner? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend advies.


