Roofvogelonderzoek in Nederland: wanneer is het verplicht en hoe werkt het?

Een close-up foto van de buizerd

Leestijd: 6 minuten
Publicatiedatum: 17 maart 2026

Auteur: Sander Hartog

Een buizerd die boven een weiland cirkelt of een steenuil die vanuit een knotwilg de omgeving bekijkt. Roofvogels zijn een vertrouwd onderdeel van het Nederlandse landschap, maar bij ruimtelijke ontwikkelingen kunnen ze ook een belangrijke juridische rol spelen. Wordt er gesloopt of verbouwd in de buurt van hun leefgebied? Dan kan een roofvogelonderzoek nodig zijn. In deze blog leggen we uit wanneer het verplicht is en hoe zo’n onderzoek in de praktijk verloopt.

Waarom zijn roofvogels beschermd?

In Nederland broeden zo’n vijftien soorten roofvogels. Ze variëren van kleine jagers zoals de torenvalk tot grote, imposante soorten als de buizerd. Wat al deze soorten gemeen hebben, is dat ze beschermd zijn onder de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking trad en de voormalige Wet natuurbescherming verving.

Onder de Omgevingswet en het onderliggende Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), geldt voor alle inheemse vogels een verbod op het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten, rustplaatsen en eieren. Voor een aantal roofvogelsoorten gaat de bescherming nog verder, ook het leefgebied buiten het broedseizoen valt onder de wettelijke bescherming. Dit betekent dat nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen het hele jaar door beschermd zijn, ook als er op dat moment niet gebroed wordt.

Wie werkzaamheden uitvoert die een negatief effect kunnen hebben op beschermde roofvogels, riskeert een overtreding van de Omgevingswet. Om dat te voorkomen, is ecologisch onderzoek in veel gevallen een verplichte stap in het vergunningentraject.
> Lees meer over waar je rekening mee moet houden met vergunningen en ecologie

Wanneer is roofvogelonderzoek noodzakelijk?

Roofvogelonderzoek komt in beeld nadat een ecologische quickscan is uitgevoerd. Een quickscan is een eerste verkenning van de projectlocatie waarbij wordt beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. Wanneer de locatie een geschikte habitat is voor één of meerdere soorten, is soortspecifiek vervolgonderzoek nodig. Dit onderzoek brengt de exacte functie van de locatie voor de betreffende soort(en) in kaart en vormt de basis voor verdere besluitvorming over een project.

Situaties waarbij roofvogelonderzoek relevant kan zijn, zijn onder andere:

  • Sloop of renovatie van boerderijen, schuren of andere gebouwen in agrarisch of landelijk gebied, waar soorten als de kerkuil en steenuil kunnen nestelen.
  • Kap van bomen, houtwallen of bosaanleg, waarbij nestlocaties van buizerds of sperwers aanwezig kunnen zijn.
  • Herinrichting van agrarisch landschap, waarbij foerageergebied of vaste uitkijkposten van roofvogels verloren kunnen gaan.
  • Nieuwbouw of bestemmingsplanwijzigingen, in of nabij gebieden met bekende roofvogelpopulaties.

Welke vogelsoorten komen het meest voor?

In de praktijk worden bij projecten in Nederland regelmatig vier soorten roofvogels aangetroffen die aanleiding geven tot nader onderzoek: de steenuil, de kerkuil, de buizerd en de sperwer. Hieronder lichten we per soort de bijzonderheden toe.

Steenuil
De steenuil is de kleinste uilensoort van Nederland en een karakteristieke bewoner van kleinschalig agrarisch landschap. Denk aan een afwisseling van open weilanden, houtwallen en bomenrijen, bij voorkeur met knotwilgen of oude schuren in de buurt. De steenuil is een uitgesproken standvogel, hij is honkvast en verblijft jaarrond in hetzelfde territorium. Nesten worden aangelegd in holle ruimten onder daken, in schuren, knotwilgen of speciale nestkasten.

Naast de nestplaats maken steenuilen ook gebruik van een netwerk aan roestplekken, uitkijkposten en foerageergebied. Dit geheel wordt de functionele leefomgeving genoemd, en ook die is het hele jaar beschermd. Het dieet bestaat voornamelijk uit insecten, wormen, muizen en soms kleine vogels of reptielen.

Voor steenuilonderzoek zijn drie veldbezoeken vereist, die plaatsvinden in de late winter en het voorjaar. Bij het onderzoek wordt nagegaan of steenuilen actief gebruik maken van de projectlocatie en welke functie de locatie voor de soort vervult.

Een steenuil op een tak, gespot tijdens roofvogelonderzoek
De steenuil dankt zijn naam aan het feit dat hij te vinden is in de buurt van bebouwing (steen).

Kerkuil
De kerkuil is eveneens een honkvaste standvogel die sterk gebonden is aan agrarisch gebied. Van oudsher nestelde de kerkuil op zolders van kerktorens, kastelen en grote schuren, maar tegenwoordig broedt het merendeel van de Nederlandse populatie in specifieke kerkuilenkasten. Voorwaarde is dat de nestlocatie ‘verstoringsarm’ en goed toegankelijk is.

Het voedselaanbod is voor de kerkuil van cruciaal belang. Veld- en spitsmuizen vormen de belangrijkste voedselbron, en de aanwezigheid van geschikt foerageergebied (zoals graslanden en akkerranden) bepaalt in grote mate het broedsucces. Net als bij de steenuil geldt voor de kerkuil een jaarronde bescherming van nesten, rustplaatsen en het functionele leefgebied.

Kerkuilonderzoek bestaat uit minimaal drie veldbezoeken onder geschikte weersomstandigheden, die kunnen plaatsvinden van de late winter tot in de herfst.

Een kerkuil overdag gespot tijdens een ecologische quickscan
De kerkuil is een geruisloze nachtjager met een opvallend hartvormig gezicht, die dankzij de vleugelveren heel stil vliegt.

Buizerd
De buizerd is de meest algemene roofvogel van Nederland en komt voor in een breed scala aan landschapstypen: van bosranden en houtopstanden tot bomenlanen en solitaire bomen in open polder. Buizerds bouwen hun nest (genaamd de ‘horst’) doorgaans in bomen en kunnen dit nest meerdere jaren achtereen gebruiken en uitbouwen. Binnen een territorium zijn vaak meerdere horsten aanwezig.

De buizerd is een opportunistische eter en past zijn dieet aan op basis van het aanbod in het territorium. Muizen vormen het hoofdbestanddeel, maar ook andere kleine zoogdieren, amfibieën, wormen, insecten en aas worden gegeten. De functionele leefomgeving bestaat naast de horsten ook uit open terrein dat wordt gebruikt voor het foerageren.

Voor buizerdonderzoek kunnen tot vier veldbezoeken nodig zijn, die allen in het voorjaar plaatsvinden. Daarbij wordt gezocht naar nesten in houtopstanden en bosranden, en wordt territoriumindicerend gedrag geregistreerd.

Een buizerd die vliegt door de lucht in de polder
 Het verenkleed van een buizerd varieert enorm, van bijna wit tot donkerbruin, vaak met een V-vorm op de borst.

Sperwer
De sperwer is een kleine, wendbare roofvogel die voorkomt overal waar bomen staan. Hoewel dicht, jong naaldbos het meest geschikte habitat vormt, nestelt de sperwer ook in kleine bosschages, houtwallen, bomenlanen en zelfs in parken en grote tuinen in stedelijke omgeving. Sperwers zijn territoriaal en bouwen regelmatig nieuwe nesten, die zich doorgaans op korte afstand van eerdere nesten bevinden.

Het dieet van de sperwer bestaat vrijwel uitsluitend uit kleine vogels zoals mezen, mussen, vinken, lijsters en spreeuwen. Het broedseizoen is hierop afgestemd: de jongen worden grootgebracht op het moment dat er veel onervaren jonge vogels in de omgeving aanwezig zijn. Voor sperwers geldt in de meeste provincies jaarronde nestbescherming.

Sperweronderzoek vindt plaats van de late winter tot in de vroege zomer en omvat zowel het zoeken naar nesten als het in kaart brengen van territoriumindicerend gedrag, zoals baltsvluchten, alarmroepen en het kenmerkende ‘kekken’.

Een mannetjes sperwer onderzocht door Eceau
Sperwer mannetjes zijn aanzienlijk kleiner dan vrouwtjes. Vrouwtjes kunnen grotere prooien aan, zoals duiven.

Hoe verloopt roofvogelonderzoek in de praktijk?

Roofvogelonderzoek wordt altijd uitgevoerd volgens vastgestelde protocollen. De exacte invulling verschilt per soort, maar de algemene werkwijze kent een vaste opbouw.

Een roofvogelonderzoek verloopt veelal als volgt:

  1. Veldbezoek(en), een ecoloog bezoekt de locatie meerdere keren op de juiste momenten in het seizoen. Per soort gelden specifieke eisen ten aanzien van het aantal bezoeken, het tijdstip en de weersomstandigheden.
  2. Rapportage, de bevindingen worden vastgelegd in een ecologisch rapport. Hierin wordt beschreven of de soort aanwezig is, welke functie de locatie vervult en wat de mogelijke effecten van de beoogde ontwikkeling zijn.
  3. Werkprotocol of vergunning, op basis van de conclusies wordt bepaald welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Dit kan een ecologisch werkprotocol zijn dat tijdens de uitvoering gevolgd moet worden, of een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit.


> Bekijk onze dienst: Soortspecifiek onderzoek of lees over 5 tips voor een soepele vergunningaanvraag bij aantasting van beschermde natuur

Wat zijn de gevolgen als je het onderzoek overslaat?

Het overslaan van verplicht ecologisch onderzoek kan ernstige consequenties hebben. Als tijdens of na de uitvoering van werkzaamheden blijkt dat beschermde roofvogels zijn verstoord, verdreven of dat hun nesten zijn beschadigd, kan de provincie handhavend optreden. Dit kan leiden tot een bouwstop of bij herhaling zelfs een boete. Daarnaast kan het herstel van schade aan beschermde soorten aanvullende maatregelen vereisen, wat kostbaar en tijdrovend is.

💡 Ons advies: Begin vroegtijdig met ecologisch onderzoek, dat voorkomt verrassingen en zorgt ervoor dat een project soepel en zorgvuldig kan worden uitgevoerd, zowel voor initiatiefnemer als voor de natuur.

Conclusie: Roofvogelonderzoek als onderdeel van een zorgvuldig proces

Roofvogels zijn een vast onderdeel van het Nederlandse landschap en zijn stevig beschermd onder de Omgevingswet. Of het nu gaat om een steenuil in een oude boerenschuur, een buizerd in een bosrand of een sperwer in een bomenlaan: bij ruimtelijke ontwikkelingen in de buurt van hun leefgebied is het essentieel om vroegtijdig te laten onderzoeken of er ecologische risico’s zijn.

Een ecologische quickscan is daarin de eerste stap. Geeft die aanleiding tot verder onderzoek, dan brengt soortspecifiek roofvogelonderzoek de situatie in kaart en schept het de basis voor een verantwoorde en juridisch houdbare aanpak.

Wil je weten of jouw project ecologisch onderzoek vereist? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend advies, we denken graag met je mee. Of lees meer over onze dienst: Ecologische quickscan