Wanneer heb je een omgevingsvergunning Flora- en Fauna-activiteiten nodig?
Leestijd: 5 minuten
Publicatiedatum: 19 December 2025
Auteur: Sander Hartog
Bouwen, slopen of renoveren lijkt vaak enkel een technische opgave, maar in de praktijk raak je ook bijna altijd de natuur. Vogels onder het dak, vleermuizen tussen de muur of beschermde planten in de bodem, ze zijn vaker aanwezig dan je denkt. Met de overgang naar de Omgevingswet zijn ook flora- en fauna-activiteiten in het vergunningenstelsel opgenomen. Dat roept een logische vraag op: Wanneer heb je een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten nodig?
Wat zijn flora- en fauna-activiteiten onder de Omgevingswet?
Sinds de invoering van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) zijn activiteiten die invloed hebben op beschermde soorten samengebracht onder één wettelijk kader. De Omgevingswet is dan ook een zogenoemde kaderwet. Deze is aangevuld met onderlinge besluiten, zoals het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voorheen werd er gesproken over ontheffingen op basis van de Wet natuurbescherming, maar inmiddels spreken we over een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten.
Deze vergunning is bedoeld voor situaties waarin werkzaamheden kunnen leiden tot:
- Verstoring van beschermde diersoorten, denk aan veelvoorkomende gevallen zoals vleermuizen in spouwmuren, huismussen onder dakpannen of gierzwaluwen in gevels, maar ook andere beschermde vogels of zoogdieren.
> Lees meer over wanneer vleermuisonderzoek verplicht is of hoe je kunt weten dat huismussen in een gebouw broeden
- Beschadiging of vernietiging van vaste rust- of verblijfplaatsen, zoals nesten, overwinteringsplaatsen of vaste schuilplekken die door soorten jaar in, jaar uit worden gebruikt.
- Negatieve effecten op beschermde planten of leefgebieden, bijvoorbeeld bij grondwerkzaamheden, herinrichting van terreinen of het verwijderen van vegetatie waar beschermde plantensoorten voorkomen.
🚨 De wet gaat daarbij uit van het principe dat je schade dient te voorkomen waar het kan, beperken waar het moet en compenseren waar nodig.
De zorgplicht is altijd van toepassing
Ook als er géén vergunning nodig is, geldt altijd de zorgplicht. Dat betekent dat iedereen die werkzaamheden uitvoert verplicht is om schade aan flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen.
In de praktijk houdt dit in dat je:
- Vooraf nagaat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, bijvoorbeeld door een quickscan of door bestaande waarnemingen te raadplegen.
> Lees meer over onze dienst: Ecologische Quickscan
- Werkzaamheden aanpast wanneer er risico’s zijn voor dieren of planten, zoals het verplaatsen van werkzaamheden buiten het broedseizoen of het sparen van bestaande habitats.
- Niet kunt volstaan met “onwetendheid”, omdat van uitvoerders en opdrachtgevers wordt verwacht dat zij actief rekening houden met de natuur en regelgeving.
Wanneer is een omgevingsvergunning wel of niet nodig?
Een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten is nodig wanneer je met je werkzaamheden beschermde soorten daadwerkelijk gaat verstoren of hun leefomgeving aantast. Dit kan aangevraagd worden bij het Omgevingsloket.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij:
- Sloop of renovatie van gebouwen met vaste verblijfplaatsen, bijvoorbeeld wanneer vleermuizen of broedvogels gebruikmaken van dakranden, spouwmuren of gevels.
- Isolatiewerkzaamheden waarbij nest- of rustplaatsen verdwijnen, zoals spouwmuurisolatie of dakisolatie zonder voorafgaande ecologische beoordeling.
- Grondwerkzaamheden in gebieden met beschermde planten of dieren, bijvoorbeeld bij aanleg van infrastructuur.
- Herinrichting van terreinen waarbij leefgebieden worden aangetast, zoals het verwijderen van struiken, bomen of waterrijke gebieden die belangrijk zijn.
🚨 Het gaat hierbij niet alleen om directe schade, maar ook om verstoring van de ‘functionele’ leefomgeving, zoals foerageergebieden of vliegroutes.
Niet elke ingreep leidt automatisch tot een vergunningplicht. In sommige gevallen kan worden gewerkt zonder vergunning, mits:
- Uit ecologisch onderzoek blijkt dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn, of dat de locatie ecologisch gezien geen risico’s oplevert.
- Werkzaamheden buiten kwetsbare perioden plaatsvinden, zoals buiten het broedseizoen of buiten de overwinteringsperiode van bepaalde soorten.
- Mitigerende maatregelen schade volledig voorkomen, bijvoorbeeld door tijdelijke beschermingen of het behoud van bestaande verblijfplaatsen.
- Wordt gewerkt binnen een goedgekeurd Soortenmanagementplan (SMP), waarin soortenbescherming gebiedsbreed is geregeld en afspraken al vastliggen.
> Lees meer over hoe een Soortenmanagementplan (SMP) projectontwikkeling versnelt
In deze situaties blijft de zorgplicht gelden, maar is een afzonderlijke vergunning voor flora- en fauna-activiteiten niet altijd nodig.
Ons advies: Betrek vroegtijdig een ecoloog bij een omgevingsvergunning
Vroegtijdig rekening houden met de vergunningplicht voorkomt vertraging en onverwachte kosten. Door vroeg in het proces ecologische expertise te betrekken weet je waar je aan toe bent, voorkom je stillegging van werkzaamheden en werk je aantoonbaar volgens de wet. Een omgevingsvergunning is daarmee geen obstakel, maar een instrument om projecten zorgvuldig en verantwoord uit te voeren. Lees meer over onze dienst: Omgevingsvergunning Flora en Fauna activiteiten.
Concluderend is een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten nodig zodra werkzaamheden beschermde soorten of hun leefomgeving aantasten en dit niet volledig kan worden voorkomen. Door de zorgplicht serieus te nemen en op tijd ecologisch onderzoek te laten uitvoeren, ontstaat duidelijkheid en ruimte om projecten soepel te laten verlopen.
Wil je dat we meedenken met je project of bij de aanvraag van een omgevingsverguning? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend advies.


