Wat is een ecologische verbindingszone (EVZ) en hoe helpt het bij migratie?
Leestijd: 6 minuten
Publicatiedatum: 22 juni 2026
Auteur: Sander Hartog
Stel je voor, je bent een das en je leefgebied wordt steeds kleiner. Aan de ene kant ligt een snelweg, aan de andere kant een akker. Waar moet je naartoe om simpelweg te overleven? Voor talloze soorten in Nederland is dit dagelijkse realiteit. De oplossing is een ecologische verbindingszone, een groene route die geïsoleerde natuurgebieden met elkaar verbindt. In deze blog leggen we uit wat dat is, waarom het zo belangrijk is en hoe zo’n verbindingszone er in de praktijk uitziet.
Waarom hebben we ecologische verbindingszones nodig?
Een eeuw geleden bestond Nederland uit meer aaneengesloten natuurgebieden en kleinschalige landschappen met houtwallen, poelen en bomen. Door de opkomst van intensieve landbouw, verstedelijking, ontginning, ruilverkaveling en waterbeheer is dat beeld drastisch veranderd. Natuurgebieden zijn versnipperd geraakt en liggen nu vaak meer als losse eilandjes in een zee van bebouwing en landbouwgrond. Die versnippering heeft grote gevolgen voor planten en dieren. Leefgebieden worden te klein om een gezonde populatie in stand te houden, en doordat gebieden geïsoleerd raken kunnen soorten zich niet meer verplaatsen op zoek naar voedsel, een partner of een nieuwe plek om te leven. Op lange termijn neemt daardoor de overlevingskans van soorten af, met als risico dat ze op een gegeven moment helemaal verdwijnen uit de omgeving.
Een ecologische verbindingszone moet die versnippering tegengaan. Door bestaande natuurgebieden met elkaar te verbinden, ontstaat een groter en samenhangend netwerk. Verbindingszones functioneren daarbij als trekroute én regelmatig als tijdelijk leef- en voortplantingsgebied.
Wat is een ecologische verbindingszone precies?
Een ecologische verbindingszone is een natuurlijke of aangelegde groene verbinding tussen twee of meer natuurgebieden die anders van elkaar geïsoleerd zouden zijn. Soorten kunnen zich via deze zone verplaatsen tussen leefgebieden, wat dus van groot belang is voor voortplanting, voedsel zoeken en seizoensmigratie.
Verbindingszones zijn doorgaans opgebouwd uit twee elementen:
- Corridors, dit zijn langgerekte, aaneengesloten stroken natuur tussen twee gebieden. De begroeiing is afgestemd op de soorten waarvoor de zone bedoeld is.
- Stapstenen, dit zijn kleinere natuurplekjes die als tussenstop dienen. Denk aan een bosje, een poel of een stukje bloemrijk grasland, op regelmatige afstand van elkaar gelegen.
Samen vormen corridors of stapstenen als het ware een brug tussen natuurgebieden. Soms heeft een verbindingszone ook het karakter van het habitattype. Bijvoorbeeld een breder gebied in het agrarisch landschap waar landbouw en natuur worden gecombineerd, met daarin een verbindende corridor. De inrichting van een verbindingszone kan bestaan uit een combinatie van ‘bouwstenen’, zoals een poel, moeras, grasland, struweel en bos. Welke bouwstenen worden toegepast, hangt af van de doelsoorten waarvoor de zone is bedoeld. Een das heeft immers andere eisen dan een kamsalamander of levendbarende hagedis.
Wie profiteert vooral van ecologische verbindingszones?
Veel planten en dieren kunnen op enig moment baat hebben bij een goed functionerend netwerk van verbindingszones. Niet elke soort is in dezelfde mate afhankelijk van zulke verbindingen. Vooral soorten met een beperkte actieradius, specifieke habitatwensen of grote ruimtebehoefte zijn kwetsbaar voor versnippering en profiteren daarom veel van ecologische samenhang.
Een aantal groepen die vooral profiteren van ecologische verbindingszones zijn:
- Grotere zoogdieren, zoals de das hebben relatief grote leefgebieden nodig en gebruiken houtwallen en singels om zich tussen burcht en voedselgebied te verplaatsen.
- Amfibieën, zoals de kamsalamander en de boomkikker zijn sterk afhankelijk van een netwerk van poelen, omringd door struweel en bos als landbiotoop.
- Reptielen, zoals de levendbarende hagedis, hebben behoefte aan droge, structuurrijke landschapselementen met zonnige open plekken.
- Vlinders, libellen en andere insecten, ze profiteren van bloemrijke graslanden, bermen en stapstenen die als tussenstop dienen op hun verplaatsing.
- Vogels van rietmoerassen, primair de roerdomp (op de rode lijst als kwetsbaar), is afhankelijk van uitgestrekte moeraszones met voldoende overjarig riet.
> Lees meer over soortenbescherming onder de Omgevingswet of de rol van ecologisch advies bij ruimtelijke ontwikkelingen
Welke soorten profiteren nog meer?
Een verbindingszone wordt ingericht met een specifieke, karakteristieke soort als uitgangspunt, maar in de praktijk profiteren vaak ook talloze andere soorten met vergelijkbare eisen aan hun leefgebied.
Hoe groot moet een ecologische verbindingszone zijn?
Over het algemeen geldt dat bredere ecologische verbindingszones gunstiger zijn voor veel soorten, omdat zij meer dekking, rust en geschikte leefruimte bieden. Toch wordt de effectiviteit van een verbindingszone niet alleen bepaald door de breedte, ook factoren zoals habitatkwaliteit, beheer, verstoring en de aansluiting op omliggende natuurgebieden spelen een belangrijke rol.
De benodigde breedte en inrichting verschillen sterk per doelsoort. Soorten met grote leefgebieden, zoals de das, zijn gebaat bij een breed en samenhangend landschap met voldoende dekking in de vorm van houtwallen, bosjes en extensief beheerde landbouwgronden. Voor minder mobiele soorten, zoals amfibieën, kan een smallere corridor al functioneel zijn, mits deze wordt aangevuld met geschikte voortplantingswateren zoals poelen en voldoende schuilmogelijkheden in het omliggende terrein. In sommige richtlijnen, zoals die van de provincie Noord-Brabant, wordt in landelijk gebied uitgegaan van een richtbreedte van circa 25 meter, terwijl in stedelijk gebied vanwege grotere verstoring soms minimaal 50 meter wordt aangehouden.
Praktijkvoorbeeld: ecologische verbindingszones in Noord-Brabant
Een mooi voorbeeld van hoe dit in de praktijk werkt, is te vinden in de provincie Noord-Brabant. Brabant kende ooit een rijk netwerk van kleinschalige landschapselementen, maar door grootschalige ontginning van ‘woeste grond’ en de opkomst van intensieve landbouw is een groot deel van dat netwerk verdwenen. Om de versnippering tegen te gaan, heeft de provincie gewerkt aan de realisatie van een uitgebreid stelsel van ecologische verbindingszones.
Binnen dit netwerk onderscheidt de provincie vier inrichtingsmodellen, elk toegespitst op een specifieke doelsoort:
- Kleinschalig landschap, gericht op de das, met houtwallen, struwelen en poelen in een agrarisch landschap.
- Moeraszone, gericht op de rietzanger, met rietkragen langs waterlopen, en van groot belang voor de otter en de roerdomp.
- Nat kralensnoer, gericht op de kamsalamander, met een corridor van poelen, vochtig grasland en struweel.
- Droog kralensnoer, gericht op de levendbarende hagedis, met droge, structuurrijke graslanden en struwelen op de zandgronden.
Een concreet voorbeeld: de das en knoflookpad
In het oosten van Brabant loopt een verbindingszone langs een waterloop tussen twee leefgebieden van de das, ingericht volgens het model “Kleinschalig landschap”. Bij de planvorming bleek echter dat het gebied ook leefgebied is van de knoflookpad, een beschermde soort die staat op de Rode Lijst. In plaats van alleen droge landschapselementen aan te leggen, is daarom gekozen voor meer poelen dan gebruikelijk. Dit is gedaan zodat er ook geschikte voortplantingsplekken voor de knoflookpad ontstaan, gecombineerd met een corridor langs de waterloop als geleidingszone voor de pad. Zo dient één verbindingszone meerdere doelsoorten tegelijk. Een goed voorbeeld van hoe flexibiliteit en gebiedskennis tot een sterker resultaat leiden dan het strikt volgen van één standaardmodel.
Daarnaast laat Brabant zien dat verbindingszones ook in en rond steden kunnen functioneren. Zo is in Tilburg bij de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk Reeshof een verbindingszone langs een waterloop aangelegd, met een breedte tussen de 50 en 200 meter, die natuur en woonomgeving met elkaar verweeft. In Breda is langs de stadssingels (ondanks de beperkte ruimte) toch een verbinding gerealiseerd voor aan water gebonden soorten. Dit toont aan dat ecologische verbindingszones niet alleen een zaak zijn van het buitengebied, maar overal kunnen bijdragen aan een sterker natuurnetwerk.
Wat betekent dit voor projecten in de buurt van een verbindingszone?
Wie een project plant in of nabij een ecologische verbindingszone, heeft daarbij met ecologische randvoorwaarden te maken. Verbindingszones zijn vaak opgenomen in het gemeentelijke omgevingsplan of andere beleidsdocumenten. De aanwezigheid van beschermde soorten binnen of nabij de zone kan gevolgen hebben voor de uitvoering van werkzaamheden. Denk aan de aanleg van infrastructuur die een verbindingszone doorkruist. In dat geval zijn vaak ontsnipperingsmaatregelen nodig, zoals een faunatunnel of een ecoduct, om te voorkomen dat de zone als barrière gaat functioneren.
Een ecologisch onderzoek vooraf brengt in kaart welke soorten in en rond het plangebied voorkomen, welke functie het gebied vervult binnen een eventuele verbindingszone en welke maatregelen nodig zijn om verstoring te voorkomen. Zo wordt voorkomen dat een project achteraf moet worden aangepast of stilgelegd.
> Bekijk onze dienst: Ecologische quickscan of Natura 2000-beoordeling
Conclusie: Een EVZ levert voordelen voor (beschermde) soorten
Een ecologische verbindingszone levert grote voordelen, middels eigen doelsoorten en eigen eisen aan inrichting en beheer. Of het nu gaat om een kamsalamander die afhankelijk is van een keten van poelen, of een rietvogel die een aaneengesloten moeraszone nodig heeft. Elke zone vraagt om een aanpak die is afgestemd op de soorten waarvoor hij bedoeld is.
Wie een project plant in of nabij zo’n zone, doet er goed aan dit vroeg in het proces te onderzoeken. Een ecologische quickscan brengt in beeld welke soorten gebruikmaken van het gebied en of een project de doorgang van de verbindingszone in gevaar brengt. Wordt dit pas tijdens de uitvoering ontdekt, dan kan dat leiden tot stilgelegde werkzaamheden, aanvullend onderzoek en een vertraagde planning.
Twijfel je of jouw project gevolgen heeft voor een ecologische verbindingszone, of wil je weten welk ecologisch onderzoek passend is? Neem gerust contact met ons op voor vrijblijvend advies.


